Albertine

van Vliet

2016 Waarnemend Burgermeester

Gooise Meren


Dames en heren, geachte aanwezigen

 

Het is vandaag 71 jaar geleden dat Keizer Hirohito van Japan in een radiotoespraak de onvoorwaardelijke overgave van Japan bekend maakte. Dat moment markeert het einde van de Tweede Wereldoorlog in het toenmalige Nederlands-Indië en wereldwijd. Deze capitulatie wordt jaarlijks in Nederland herdacht. Bij het Indië-monument in Den Haag en op andere plekken in Nederland, zoals ook hier bij het Indië-monument in Hilversum. Is er een reden waarom we de capitulatie en alle slachtoffers van deze verschrikkelijke oorlog herdenken en niet uitbundig onze vrijheid vieren? De geschiedenis leert, ook vandaag de dag, dat een tirannie omver werpen nog niet automatisch betekent dat er vrijheid wordt geschapen.


Voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in Zuid-Oost Azië, de mannen, vrouwen en kinderen die in Indië moesten zien te overleven en die familie en vrienden hadden verloren, viel er niet veel te vieren op die 15e augustus 1945. Er waren geen geallieerden die als bevrijders door de straten reden. De bezetter werd gevraagd nog even op de winkel te passen. En twee dagen later riep Soekarno de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Wat volgde was een tumultueuze en chaotische periode, opnieuw met veel geweld en bloedvergieten. Honderdduizenden Nederlandse Indiërs verlieten noodgedwongen huis en haard en kwamen berooid en beroofd aan in het koude Nederland. Het vaderland  dat niet echt overliep van gastvrijheid voor deze landgenoten en dubbele oorlogsvluchtelingen. Er zat  niets anders op dan in het kille Nederland een nieuw bestaan op te bouwen. En dat deden deze Indische Nederlanders dan ook, gehard door het leven, met een enorm  doorzettingsvermogen en wilskracht. Ik heb diep respect voor de taaie generatie Indische Nederlanders die zich in moeilijke tijden een plaats hebben verworven binnen de Nederlandse samenleving. Vaak gevangen in het niemandsland tussen twee culturen.


Er zijn steeds minder levende getuigen van de verschrikkingen van de oorlog, de gruwelen van de internering, het vertrek naar Nederland. Dat maakt het herdenken en gedenken niet minder belangrijk. Ook als zij er niet meer zijn blijven we gedenken om onze ereschuld tegen de slachtoffers in te lossen.


En om de waanzin die oorlog heet aan de kaak te blijven stellen. Een waanzin die wij mensen maar niet weten uit te bannen. Waarom is het zo lastig om lessen te trekken uit het verleden? Ter illustratie: exact zestien jaar na de capitulatie van Japan, op 15 augustus 1961 startte de DDR met de bouw van de Berlijnse Muur. Je kunt je vandaag de dag niet verstoppen voor de oorlogen, het geweld, de aanslagen, de haat in de wereld. En de toenemende intolerantie om onschuldige mannen, vrouwen en kinderen, die op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld een veilig onderkomen te bieden, een plek om een nieuw bestaan op te bouwen. Hoe gastvrij zijn we eigenlijk diep van binnen?


We zullen blijven herdenken, de naasten en dierbaren blijven eren, die het leven lieten tijdens die verschrikkelijke oorlog, die ruim zeventig jaar geleden ver weg van ons woedde en blijven werken aan het uitbannen van oorlogen en terreur. 


Ik wil afsluiten met een gedicht van de schrijver, journalist en dichter Willem Brandt, pseudoniem voor Willem Simon Brandt Klooster. Geboren in Groningen, in 1981 overleden in zijn woonplaats Bussum, maar bovenal met een hart vol heimwee naar de Indonesische Archipel, waar hij in 1927 aan de slag ging als journalist bij de Deli Courant. Hij maakte ook de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog mee en repatrieerde in 1955 naar Nederland. Het werk van Brandt draait om Indië in al haar facetten, de schoonheid, de verschrikkingen, het gemis, de heimwee.


Het volgende gedicht is één van de velen die hij schreef naar aanleiding van zijn internering in een Japans concentratiekamp.

 

Bevreemding (Willem Brandt)

 

Nu komt de zwarte wagen keer op keer

de lichte doden uit ons midden dragen;

wij moeten daaglijks houten kruisen zagen;

het hout is schaars, straks gaat dat ook niet meer.

 

Het wordt steeds vreemder ’s morgens op te staan

en zich te rekken en zich lévend weten

en dan zijn waterige pap te eten:

hoe lang zal hij mijn krib nog overslaan?

 

Maar ook dit went: wanneer een enkle week

de lijkauto niet komt, staart men verwezen

naar de gesloten poort: wat zou er wezen,

laat ook de dood ons nu al in de steek?

© 2020 Stichting Regionale Herdenking Nederlands-Indië Gooi- & Vechtstreek

Noorderbegraafplaats Laan 1940–1945 nr. 2 te Hilversum

Deze website maakt gebruik van cookies. Door te klikken op "Accepteren" gaat u akkoord met ons gebruik van cookies.

Lees meer
Accepteren